Regels rondom de sluis

Om mee te mogen schutten gelden er natuurlijk vaarregels:

Rondom sluizen gelden specifieke vaarregels om een veilige en vlotte doorgang te garanderen. De belangrijkste regels zijn: volgorde van aankomst, voorrang voor beroepsvaart, let op de verkeerslichten, maak de lijnen vast, en volg de aanwijzingen van de sluismeester of stewards op. 

Belangrijkste vaarregels bij sluizen:

  • Volgorde van aankomst:
    In principe vaart u de sluis in op volgorde van aankomst, tenzij de sluismeester anders aangeeft. De beroepsvaart en grotere schepen hebben vaak voorrang of worden als eerste doorgelaten. Kleine bootjes worden vaak geniet gezien door grote schepen door de blinde hoek die zij hebben.
  • Voorrang:
    Kleine schepen moeten voorrang verlenen aan grotere schepen, zoals beroepsvaart, passagiersschepen, veerponten en sleepboten, tenzij anders aangegeven. 
  • Verkeerslichten:
    Een rood licht betekent dat u moet wachten. Een rood/groen licht geeft aan dat de sluis binnenkort opengaat. Zorg dat u startklaar bent voor de groene lichten, zodat u vlot door kunt varen. 
  • Aanmeren en losmaken:
    Maak uw schip vast met lijnen aan voor- en achterkant. Zorg ervoor dat de lijnen niet te strak zitten, zodat het schip mee kan bewegen met het stijgen of dalen van het waterpeil. 
  • Communicatie:
    Luister naar de marifoon (indien aanwezig) en volg de aanwijzingen van de sluismeester of stewards op. 
  • Stewards:
    Op drukke sluizen kunnen stewards aanwezig zijn om schippers te helpen bij het aanmeren en de juiste plaats in de sluis aan te geven. 
  • Achterblijven:
    Voorkom dat u voor de sluis blijft ronddrijven. Sluit achteraan of langszij aan bij wachtende boten en wacht uw beurt af. 
  • Geen golfslag:
    Voorkom hinderlijke golfslag bij het invaren of verlaten van de sluis. 
  • Veiligheid:
    Let op valwinden bij diepe sluizen en zorg ervoor dat uw ramen schoon zijn voor goed zicht.