De dag begint meteen goed: het eerste bootje ligt al op me te wachten en is blij dat ik gelijk de sluis in werking zet als ik op de sluis aankom. Ze willen snel richting Sail, dus ik schut ze zo vlot mogelijk door. Terwijl ik bijna klaar ben, zie ik aan de andere kant ook een bootje aankomen. Deze schipper heb ik al vaker gezien; we maken kort een praatje, maar zijn zoon wil snel door om te gaan zwemmen.
Ongeveer anderhalf uur later zie ik ze terugkomen. Zoonlief is nat en moe, maar duidelijk blij: ze hebben heerlijk gevaren en gezwommen. “Dat is mooi,” zeg ik, en bij het uitvaren wens ik ze nog een fijne dag.

De rest van de dag is het niet zo druk als gisteren op de andere sluis. Dat geeft me mooi de tijd om even bij te komen, de omgeving in me op te nemen en te zwaaien naar de mensen die hier regelmatig langslopen. Ook maak ik een leuk praatje met een dame die ik vaker zie.
Net als we afscheid nemen, word ik geroepen. Het is de jongen die altijd zo’n interesse heeft in de sluis. Ik had hem al bij de steiger gezien met een vriendje. Hij lag al in het water; zijn vriendje durfde eerst niet, maar sprong uiteindelijk toch. Alleen kwam hij er niet meer uit.
“Of ik de sluisdeur even open kon doen, zodat hij via de trap omhoog kon klimmen?” Nee, daar begin ik niet aan. “Jullie hebben zelf gekozen om daar te gaan zwemmen, dan ga ik de deur niet voor open doen,” leg ik uit. Ook trek ik hem er niet uit; dat kan gevaarlijk zijn.

Ik wijs naar de overkant: “Daar zit een soort trapje, waarschijnlijk kom je daar wel uit.” Het vriendje zwemt naar de overkant en klimt daar gelukkig zonder problemen naar boven. Twee verzopen katjes lopen even later huiswaarts.
Na een rustige dag sluit ik de sluis af en rijd ik tevreden naar huis.
Heb jij ook weleens zo’n onverwacht avontuur meegemaakt bij de sluis?

