Het is al even rustig op de sluis. Terwijl ik zit te tikken, werp ik zo nu en dan een blik richting de brug. Multitasken gaat me goed af – mijn typediploma komt nog altijd van pas. Dan zie ik iets geels verschijnen… een bootje! En niet zomaar eentje: het is Finn, die heb ik al een tijd niet meer gezien…
Bekende schipper door de sluis
Ik loop naar het bedieningspaneel en laat het water in de sluis zakken. Zodra hij dichtbij genoeg is, kunnen de deuren open. “Goedemorgen, Finn!” roep ik. Hij lacht en vaart rustig naar binnen. Aan de andere kant open ik het luik en zoek ondertussen het kleine stukje schaduw dat er nog is.
De passagier van Finn begint zichzelf in te smeren met zonnebrand. “Jij ook,” zegt ze beslist tegen Finn. Na een beetje aandringen smeert hij zich toch in. Een verstandige keuze, want het belooft een warme en zonnige dag te worden. Even later zijn ze klaar om verder te varen. “Fijne vaart en tot de volgende keer!”

Onverwachte bezoeker – helaas overleden
Na een paar schuttingen zie ik plots een dode nijlgans drijven. Door de wind wordt hij de sluis in geblazen en al snel ruik ik hem. Ik wil hem zo snel mogelijk uit de sluis laten drijven, maar door de schuttingen blijft het water telkens hoog staan. Wanneer de sluis eindelijk laag blijft, laat ik de deuren openstaan zodat hij kan wegdrijven.
Net als ik denk dat het gaat lukken, nadert er alweer een bootje. Even later, bij een tweede poging, drijft de gans gelukkig verder de natuur in. Zoals ze bij de dierenambulance zeggen: “Hij gaat nu zijn weg in de natuur.”
Boot te hoog voor de brug
Rond acht uur zie ik een bootje aankomen waarvan ik vermoed dat hij te hoog is voor de brug achter de sluis. Ik loop naar de overkant en vraag naar de hoogte. “Twee meter twintig,” antwoordt de schipper. Helaas moet ik hem teleurstellen – de brug is maar 2,05 meter hoog. Gelukkig begrijpt hij het en keert om, op weg naar een andere sluis om zijn route te vervolgen.
Nog één laatste schutting…
Met nog maar een paar minuten op de klok wil ik net mijn werktelefoon doorschakelen als deze toch nog gaat. Er ligt nog een bootje aan de lage kant dat omhoog wil. Tijdens het schutten vraagt een passagier of ze een ‘domme vraag’ mag stellen. Ik lach en zeg: “Domme vragen bestaan niet, alleen vragen die je niet stelt.”
Na mijn antwoord geef ik ze nog een tip: zonder verlichting op de boot zijn ze nauwelijks te zien in het donker. Normaal had ik ze mogen weigeren, maar vandaag was ik te lief. Ze beloven er de volgende keer rekening mee te houden en bedanken me hartelijk.
Zo eindigde mijn dag op de sluis: een mix van gezelligheid, kleine uitdagingen en bijzondere ontmoetingen.
En jij? Heb jij weleens een verrassende of bijzondere situatie meegemaakt tijdens het varen of bij een sluis?

