Vandaag is het weer tijd voor een halve dag op de sluis. Ik trek mijn werkpolo en broek aan, verzamel mijn spullen en stap in de auto. Onderweg stel ik mijn autoradio steevast dezelfde vraag: “Op welke sluis zit ik vandaag eigenlijk?” – gewoon, voor de zekerheid. Via de boxen hoor ik de naam van de sluis galmen, dus ik weet weer waar ik heen moet.
Routeplanner aan, want ik wil weten of ik vandaag mijn stuur moet opeten van frustratie (lees: files). Gelukkig niet – als alles meezit, ben ik tien minuten voor tien op locatie. Netjes.
Aangekomen parkeer ik mijn auto op de sluis en begin met mijn standaardrondje. En daar valt meteen iets op: een afwasteiltje? Buiten? Ik loop er nieuwsgierig naartoe en zie… een kreeftje erin! Nou, dat zie je niet elke dag. Even checken wie hier gisteren zat, misschien kan diegene me uitleggen waarom er ineens een kreeft logeert bij het sluishuisje.
Ik maak mijn ronde af, pak mijn tas en loop naar binnen. In het logboek staat niks, dus stuur ik maar een appje. Al snel word ik gebeld: “Ja, hij is van mijn collega, die komt hem later vandaag ophalen.” Oké, duidelijk! Ik beloof goed op hem te passen.
Dan open ik mijn kleine agenda – tegenwoordig schrijf ik alles op wat hier gebeurt. Ik begin oud te worden, het geheugen werkt niet meer zoals vroeger, zeg ik altijd maar. Tijd om een nieuw blogje te tikken dus!
Na het schrijven en plaatsen ga ik een rondje lopen. Ik was wat stijfjes geworden van het zitten, en frisse lucht helpt altijd. Geen rare dingen gezien onderweg, dus ik nestel me weer op m’n plek en zet de tv aan. Af en toe een blik op het water werpen hoort erbij. Geen boten, wel zon – ook goed.
Opeens bedenk ik me: de kreeft staat in de zon! Snel verplaats ik het teilletje naar de schaduwkant van het sluishuisje. Zou zonde zijn als hij voor z’n tijd al ‘gaar’ is. Ik zie dat het water wat laag staat, dus ik geef hem nog een scheutje erbij. Zo heeft ‘ie iets meer ruimte om te bewegen. Dan weer terug naar buiten in de schaduw.

Niet veel later zie ik mijn collega aankomen. Altijd gezellig! We raken meteen aan de praat over van alles en nog wat. In mijn ooghoek zie ik ondertussen een man wat rondneuzen bij de sluis. Niet zo gek, de sluizen trekken altijd wel wat bekijks. Maar dan komt hij op ons af.
Hij blijkt een rapport te moeten schrijven over de staat van de Amsterdamse sluizen en wilde mij even spreken. We gaan in gesprek en ik vertel over de dingen waar ik tijdens mijn werk tegenaan loop. Mijn collega haakt ook aan en deelt zijn ervaringen. Mooie inzichten, en hopelijk doet die man er wat mee.
Als hij vertrokken is, blijven we nog even napraten. Tot ineens nóg een collega binnenwandelt met de vraag: “Ben ik op tijd voor de vergadering?” Ik schiet in de lach – ja hoor, je bent precies op tijd. Ondertussen pak ik mijn spullen in. Na nog wat gezellige praatjes neem ik afscheid van de groep.

“Voor de een een fijne wacht, voor de ander: tot de volgende!”
En jij? Wat is het meest onverwachte dat jij ooit op je werkplek hebt aangetroffen? Laat het me weten in de reacties!


Eén reactie op “Een kreeft, collega’s en een onverwacht gesprek”
Mooi stuk weer Marjo, ga zo door!!
LikeLike