Vandaag stond er weer een halve dienst op het programma. Om 16:00 uur meldde ik me bij de sluis voor mijn avonddienst tot 22:00 uur. Bij aankomst zie ik mijn collega verdiept in een boek – het moet wel spannend zijn, want hij merkt me nauwelijks op. We wisselen elkaar af en hij wenst me glimlachend succes. “Hopelijk krijg jij het wat drukker dan ik,” zegt hij nog. We zullen zien!

Eerst maar even mijn meegenomen kip teriyaki en drinken in de koelkast zetten. Dan, zoals zo vaak, terug naar de auto – natuurlijk weer iets vergeten. Onderweg inspecteer ik de sluis. Het valt me op dat het overtollige groen weg is en het water er schoon bij ligt. Fijn! Terug in het sluiswachtershuisje begin ik aan het blog over mijn vorige werkdag.

Terwijl ik aan het typen ben, zie ik in mijn ooghoek een bootje. Tenminste, dat denk ik. Ik loop naar buiten, maar het bootje lijkt rechtsaf te gaan, waarschijnlijk om aan te leggen. Toch maar even checken bij de sluis. En jawel, daar ligt ineens een bootje! Ik loop erheen en vraag of ze door de sluis willen. “Ja, graag!” Natuurlijk kan dat. Ondertussen denk ik wel: een belletje was handig geweest. Maar goed, deur open en schutten maar.

Tijdens het invaren word ik gebeld: een tweede bootje wil ook mee. De schipper vertelt dat het zijn eerste keer is. Geen probleem, ik vraag hem even geduld te hebben. Terwijl ik de sluis leeg laat lopen, zie ik iets opvallends: op de houten bak onder water ligt… een paling? Ja hoor, als het water zakt, zie ik hem bewegen en schiet hij weg. Geweldig! Er zit gewoon een paling in de sluis.

De eerste boot vaart uit, de tweede vaart in. Ook zij zien een paling liggen aan hun kant. Twee palingen dus! Hoeveel zouden er hier rondzwemmen? Nadat ze aangelegd hebben, loop ik naar de andere kant om ze weer te schutten. We kletsen gezellig en ik vergeet bijna de sluisdeur open te doen. “Oh jee, de deuren!” roep ik lachend. Ze lachen terug en zwaaien bij het uitvaren. “Tot straks!”

Naast de sluis liggen een aantal woonboten. De eigenaar van de eerste is buiten aan het werk. We raken aan de praat en ik ontdek dat de buurt rond de sluis aanvoelt als een klein dorp. Hij wist zelfs wie ik afgelost had én dat het ‘eerste keer’-bootje een paar dagen geleden de andere kant op ging. Wat een leuke weetjes.

Het blijft daarna even rustig, dus ik besluit mijn hengeltje uit te gooien. Al snel vang ik vier voorntjes. Net als ik denk dat het een goede visavond wordt, gaat de telefoon: er komt weer een bootje aan. Hengel in de hand, terug naar de sluis. De schipper vraagt lachend of ik aan het vissen was. “Zeker weten,” zeg ik, en we kletsen even. Hij gaat vissen bij Schiphol – ik wens hem veel succes bij het uitvaren.

Ik probeer het nog even met de hengel, vang nog één visje, maar dan houden ze ermee op. Mijn maag begint ook van zich te laten horen, dus tijd om die kip teriyaki op te warmen. Na het eten en een korte pauze gaat de telefoon weer. “Kun je het ‘eerste keer’-bootje nog een keer schutten?” Natuurlijk!

Als ik bij de sluis ben, zie ik vader en zoon lopen – dezelfde als uit een eerder blog (vader en zoon). Zoonlief heeft zijn werphengel beet. Ik grap dat het remwerk tegenover hem al vastzit, dus hij hoeft het niet te vangen. Vader moet lachen. We raken weer gezellig aan de praat.

Als ik op mijn horloge kijk, is het ineens 21:44 uur. De dienst zit er alweer op! Ik wens ze nog een fijne avond, sluit de boel af en ga lekker naar huis. Wat een leuke 6-uursdienst, vol fijne gesprekken, visjes en verrassingen.


Heb jij ook wel eens een werkdag gehad die rustig begon maar eindigde vol onverwachte momenten? Vertel het me in de reacties – ik ben benieuwd!

Posted in